dinsdag 11 december 2012

Tijd en -beleving (1)

Tijd : realistisch of een illusie 

"Als je materieloos bent, ben je daarmee tijdloos, kun je je door het Universum bewegen zonder dat dit jaren van reizen met zich meebrengt.

Wie droomt er daar eigenlijk nooit over ? Materieloze tijdsbeleving ligt in lijn met het Einstein-effect uit 1907 aangaande “Time and Matter”, waarbij de klok of tijd sneller gaat lopen onder invloed van meer massa. Als je deze redenering doorvoert en als de tijd langzamer gaat, heb je dus in dezelfde normtijd of onze aardetijd meer tijd om iets te doen, terwijl als de tijd sneller loopt, je dientengevolge minder tijd toebedeeld krijgt om je activiteiten te kunnen ondernemen. In mijn tweede boek “Antroposofische energie” heb ik al een begin gemaakt over dit onderwerp. In het licht van bewustwording lijkt me het toepasselijk hier meer diepgang te tonen.  Het is terug te lezen in mijn boek 'Van Nomade tot Monade'. 

Het begrip “Proper Time” van Einstein betekent dat hij tijd aan een locatie koppelde; “lokale tijd”. In Einstein’s Relativiteitstheorie is de lichtsnelheid hierbinnen van ondergeschikt belang. Max Planck besefte dit al eerder en zette dit in 1900 uiteen met zijn “energy quanta”. Hij corrigeerde daarmee Einstein’s Relativiteitstheorie ten aanzien van de lichtsnelheid, die anders zou zijn veranderd onder invloed van meer of minder massa. Meer of minder energie gaat voorbij aan de verandering van de lichtsnelheid uit Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie. De essentie van de snelheid zit ‘m namelijk in de qualia en niet in de quanta van de betreffende energie.
~~~~~~~~~~~~~
zit dat nu eigenlijk met de tijdsbeleving als het kunnen reizen naar de toekomst of het verleden ? De beroemde “Twin Paradox” geeft hiervan de beschrijving. Stel dat 1 van de tweelingbroers weg van onze aarde en onze planeten en elders ver weg tussen de sterren zou verblijven, dan zou de tijd (daar) mogelijk trager verlopen. De mens wordt dus minder snel oud. Als dit individu zijn tweelingbroer hier weer zou treffen, die op aarde was gebleven, zou er dus een verschil van leeftijd of ouderdom kunnen zijn. Andersom ervaart de achtergebleven tweelingbroer hetzelfde naar hem toe. Vanuit een LinkedIn discussie waren mijn eerste gedachten alvorens het verder uitgezocht te hebben.

" If I read this twin paradox (me I'm 1 of twins) then my first idea (intuition) is that this paradox is based upon the comparence of rational and irrational perception. I think that the thoughts about speed including accelation is too earthal, too lineary. That's why this paradox can't be solved, perhaps it doesn't exist only imaginary. It's a matter of change and its circumstances. When it appears that somebody would have grown older in mentioned paradox, it has to do with changed circumstances or the interpretation of it. Perhaps this paradox is thought too similar to the Hubble phenomena and Einstein effect of time. And to me Time is just a concept for categorizing changes. Changes are relative to the states of them before." 
~~~~~~~~~~~~~
Waarin zit dan de essentie van de paradox ? Deze is gelegen in de verwarring tussen absolute en relatieve tijd. Het mag dan zijn dat wanneer je minder beïnvloeding van de zwaartekracht ondervindt, je jezelf jonger blijft voelen, verouderingsprocessen mogelijk minder snel verlopen. Ongeacht waar deze zich afspelen. Eén van de inzichten ken je mogelijk vanuit het aspect geluid. Als een trein jou nadert, ervaar je de geluidsfrequentie hoger dan wanneer diezelfde trein van je vandaan rijdt; het zogenaamde Doppler-effect, waarbij snelheid of beter verplaatsing invloed lijkt te hebben op de frequentie van het fenomeen. Echter op elk moment – wanneer je met de trein zou meebewegen – is de frequentie van het geproduceerde lawaai constant, absoluut en blijft onveranderd. De geluidsfrequentie is dus relatief ten opzichte van de observeerder. Ook hier geldt dat je als observeerder gerelateerd bent aan het geobserveerde en je interpretatie dit zou kunnen corrigeren als je begrijpt wat er aan de hand is. Dat wat Werner Heisenberg verder uitwerkte vanuit het “Uncertainly Principle” (disambiguation of het ondubbelzinnig maken). Dit staat tevens in relatie tot de invloed en interpretatie van de observeerder ten aanzien van het geobserveerde; denk aan de proef met “de Kat van Erwin Schrödinger." 
~~~~~~~~~~~~~
Waar waar meer massa is, is de meter langer en de seconde korter. Daar waar minder massa is, is de meter korter en de seconde langer. We kunnen dit net als bij de eenheid van Planck’s constante aangaande het verband tussen de lichtfrequentie v en de gerelateerde energie E relativeren door van Planck’s constante h of “Relatief Planck” te introduceren. Alles wordt hiermee relatief, ook de meters en de secondes vanaf het vermeende middelpunt van de BigBang tot de oneindigheid in alle richtingen. De alsmaar versnellende expansie van het Universum of kosmische inflatie wordt ook wel de Hubble expansie genoemd, waarbij dit voor meters èn secondes geldt. Ruimte en tijd zijn daarmee gelijkwaardig. 
~~~~~~~~~~~~~
Door deze relativering is de lichtsnelheid op elke plek binnen het Universum hiermee constant, zoals Einstein het bedoelde. Einstein bleef destijds in de “fout” hangen, doordat hij het Universum als eenheid beschouwde met de ruimte-eenheid [meter] en de tijd-eenheid [seconde], waardoor – zoals je hebt kunnen lezen – de lichtsnelheid op elke willekeurige plek in het Universum anders zou zijn. Deze methode – Het zogenaamde Kringmodel – is gebaseerd op enerzijds energiebehoud en anderzijds op coördinaten in plaats van eenheden. Overal waar je je bevindt in het Universum heb je te maken met andere tijdsbelevingen – gerelateerd aan de aardse tijd. Nemen we de “Proper Time” of lokale tijd van Einstein – Einstein’s eerste correctie ten aanzien van de veranderende lichtsnelheid –  dan maakt het geen verschil meer. 

~~~ einde deel 1 ~~~

Geen opmerkingen:

Een reactie posten